Dezta Plan is een objectgerichte tekstapplicatie. Dat merkt u in het gebruik. Daarom is het wellicht toch interessant iets te lezen van de achtergrond, ookal is er meer techniek in te lezen dan we aan onze gebruikers willen vertellen.
Dezta Plan slaat teksten op in XML-formaat. Dit leidt ertoe dat plannen een duidelijke en vastgestelde structuur kennen. De structuur van een plan wordt bepaald door de Document-definition, die afhankelijk is van het gekozen profiel. Een voorbeeld van een document-definition wordt standaard bijgeleverd bij Dezta Plan. Het staat elke organisatie in principe vrij om de document-definition aan te passen, mits een aantal restricties in acht worden genomen. Het aanpassen van de document-defintion mag uitsluitend worden gedaan door applicatiebeheerders. Wij adviseren u om de document-definition uitsluitend aan te passen in overleg met Dezta. Immers, een corrupte document-definition kan tot gevolg hebben dat Dezta Plan niet meer (naar behoren) werkt. En een overweging is een probleemloze uitwisseling tussen stedenbouwkundige bureau en gemeente. De standaard uitgeleverde decument-definition is goed doordacht en wordt door veel organisaties ongewijzigd gebruikt. Afwijkingen vragen om extra aandacht bij eventuele uitwisseling. Reden waarom we wijzigingen op voorhand afraden.
De structuur wordt vervolgens gevuld met afzonderlijke tekstobjecten. Goed ingevoegde tekstobjecten zijn zichtbaar in de structuurboom, die zichtbaar is aan de linkerzijde van het hoofdscherm.
Een tekstobject is de algemene naam van een gedefinieerd tekstonderdeel binnen een document (dat op zijn beurt het grootste tekstobject is). Een tekstobject kan van verschillende types zijn, afhankelijk van de plaats in het plan.
De toelichting en de regels zijn de grootste tekstobjecten binnen een bestemmingsplanobject. Binnen de toelichting worden hoofdstukken, paragrafen, subparagrafen, subsubparagrafen en subsubsubparagrafen onderscheiden. Binnen de regels zijn hoofdstukken, artikelen, leden (of begripsbepalingen of meetvoorschriften), subleden en subsubleden onderscheiden. De daadwerkelijke volgorde en uitwerking van de tekstobjecten kan per organisatie verschillen maar moeten voor bepaalde plantypen wel voldoen aan landelijke standaarden.